Het uurwerkspook

Zaterdagmiddag 8 februari 2014 werd het eeuwenoude uurwerk van de Jelsumer toren na restauratie in gebruik genomen. Gerrit van der Meulen, voorzitter van de Stichting Monumentenzorg Leeuwarderadeel, sprak de genodigden toe en vertelde hoe het herstel tot stand was gekomen.

Geachte aanwezigen,

Het Jelsumer torenuurwerk heeft de respectabele leeftijd van 409 jaar bereikt. Vanaf 1605 heeft het de Jelsumer bevolking de tijd van de dag laten weten. In de afgelopen zomer en herfst is het op voortreffelijke wijze gerepareerd door Marco en Piet Jan, uurwerkmakers van Vellema Torenuurwerken B.V. te Hallum, onder leiding van de Stichting tot Behoud van het Torenuurwerk, waarvan twee leden nl. de heren Loek Romeyn en Pim van der Giesen hier aanwezig zijn. De conclusie van het door de laatste twee heren gedane onderzoek naar de staat waarin het uurwerk verkeerde, luidde: “Ernstige en vergaande slijtage van alle draaiende onderdelen”. Het uurwerk is in gedemonteerd en in onderdelen getransporteerd naar de werkplaats van Vellema in Hallum en in november van het vorig jaar opnieuw opgebouwd in de toren. Wij vonden dat feit de moeite waard om er even bij stil te staan.
Maar over stilstaan gesproken. In de lange tijd van zijn bestaan heeft het uurwerk diverse malen stilgestaan en is het gerepareerd, dan wel voorzien van nieuwe onderdelen. Verbazend was het dat het op 8 januari j.l. twee dagen voor dat het uurwerk definitief door de SBT zou worden opgeleverd, plotseling stil stond. Het mankement werd de dag erop verholpen door Marco en de 10e januari werd het uurwerk opgeleverd. Maar afgelopen woensdagavond toen wij in de kerk enkele voorbereidingen troffen voor deze middag, vloog er een schim door het kerkgebouw, zwenkend en zwaaiend, zijn schaduw op de wanden meenemend. Hendrik die bij de geopende kerkdeur bezig was, zag de schim daar op een gegeven moment door verdwijnen. Hij dacht dat het vleermuis was. Na afloop van de werkzaamheden klommen we nog even naar de uurwerkzolder. Op dat moment werd het gewicht van het slagwerk opgewonden, door een kleine elektromotor onder het uurwerk. Toen de motor stopte, kantelde het, d.m.v. een as aan de opwindtrommel verbonden, grondrad en daarmee stopte het tikken en stond het uurwerk stil. Een merkwaardige belevenis. Een telefoontje naar Vellema de volgende dag resulteerde er in dat het uurwerk vrijdag weer liep. Tot op vandaag de dag dan. Want nu staat het weer stil. Of ….. hoor ik nu toch wat? Zijn beschrijving werd onaangekondigd begeleid door een wel zeer historisch spektakel.

Getik van een uurwerk klinkt, eerst zacht maar dan steeds luider en luider totdat er twee harde klokslagen volgen.

Van der Meulen: Marco, wat betekent dit??
Plotseling stormt een in monnikspij gehulde figuur de kerk binnen. Hij klaagt dat hij al eeuwen last heeftvan dat uurwerk en dat het verdoemd is, want de tijd bestaat in eeuwigheid, het is als een stromende rivier die niet gestopt kan worden en het is niet aan de mens om die tijd in stukjes te knippen.Met andere woorden, de oude Monnik uit de middeleeuwen die ooit in het Jelsumer klooster woonde en die door enige oorzaak nimmer zijn rust heeft kunnen vinden en zo nu en dan rondspookt in en om het dorp, heeft in de 400 jaar van het bestaan van het uurwerk geprobeerd om het te ondermijnen in de hoop dat het zou worden verwijderd. En in 2013 dacht hij succes te hebben, het uurwerk werd uit de toren gehaald. Maar tot zijn frustratie verscheen het weer. En nu juist op dit moment komt hij zijn gram halen en vertoont zich in ons midden.
Van der Meulen vraagt naar zijn naam en waar hij in hemelsnaam mee bezig is, maar op dat moment komt er achter zijn rug uit een grote mistwolk en tweede figuur, getooid met een uurwerkwijzer op zijn rug en met een stuk smidsgereedschap in zijn hand.
“Ha”, dondert zijn stem door de ruimte: ” Daar heb ik je eindelijk. De geest die het door mij zo zorgvuldig gemaakte uurwerk al eeuwen lang probeert kapot de maken. Wie denk jij die ik ben: Pieter Andriesse, de uurwerkmaker die in 1605 dit mooie uurwerk heeft ontworpen en gemaakt. Maar het is genoeg, ik geef je de keus of ik zorg er voor dat je nimmer, tot in de eeuwigheid geen rust meer krijgt, of je gaat nu met mij mee en we maken het hierboven in orde. Maar je komt nooit weer met je vingers aan dit uurwerk”.De monnik laat zich overhalen. Van der Meulen maant beiden om haast te maken en snel weer in de wolk te stappen en af te reizen, zodat de bijeenkomst rustig kaan worden hervat.

Na verdwijning van het tweetal geesten vroeg Van der Meulen voorzitter aan Romeyn om het uurwerk weer in gang te zetten en te beginnen met zijn lezing over het ontstaan en de geschiedenis van de tijdmeting door de eeuwen heen.